Op jacht in Zwitserland

door Erik Gevers
 
Een korte impressie wil ik u geven van de indrukwekkende ervaring die ik beleefd heb met mijn Laufhunde in begin oktober 1994. Op uitnodiging van een Zwitserse bezitter, Stini, van een Schwyzer Laufhund, Hunter, ben ik met mijn Luzerner Arno en Schwyzer Oker naar het Kanton Schwyz afgereisd om in de meest authentieke omgeving de honden te laten jagen. Alle voorbereidingen waren gedaan, voor mij waren goede klauterschoenen aangeschaft en voor de honden waren allang van tevoren vergunningen aangevraagd om te mogen jagen. Na de gebruikelijke kilometers versleten te hebben op de Duitse autowegen kwam ik 's middags aan in het Muotathal, waar het eerste werk was het bijschrijven van de honden op de jachtvergunning van Stini, de Zwitser, die zelf een verwoed jager is.

Daarna kon de avond besteed worden aan gezellig bijpraten over van alles en nog wat maar vooral over Laufhunde en jagen. Maar verder ook niet te laat naar bed, want jagen betekent daar in Zwitserland een lange dag in de bergen die natuurlijk behoorlijk vroeg begint.De wekker op kwart voor vijf. De volgende morgen zullen we meteen van start gaan om Arno en Oker voor het eerst vrijuit te laten jagen en te kijken hoe zij zich gaan gedragen. Arno is ruim twee-en-een-half jaar en Oker ruim één jaar oud.

Stini met Hunter

Stini en Hunter

Om vijf uur 's ochtends aan het ontbijt met koffie en gerookt spek, rugzakken pakken en wegwezen. Zo ver mogelijk omhoog met de auto, en daarna te voet verder zodat we om zes uur een mooie uitgangspositie hadden gevonden om met de jacht te beginnen. Arno werd losgelaten om te zien wat hij zou gaan doen. Vanuit een grote open alpenweide begon hij van ons weg te lopen, neus geplakt aan de grond vanwege alle spannende luchtjes, en met zwiepende staart als teken dat dit hem wel beviel verdween hij langzamerhand uit het gezicht. Even later zag ik een reebok de weide oversteken en naar beneden een sparrenbos in verdwijnen. Ik begon me juist af te vragen wat mijn hond precies aan het doen was, toen een volstrekt overspannen gehuil uit het bos opklonk. Daarna verdween een regelmatig luid geblaf loodrecht de helling af naar beneden. Na een minuut of tien was het geluid nauwelijks meer te horen, en even later was het weer volkomen stil. Hoe ik mij ook voorbereid had op deze zelfgekozen jachtpartij, op dat ogenblik had ik toch duidelijk het angstige gevoel van dat was het, die zien we nooit meer terug. Stini stak mij een hart onder de riem door nog eens te zeggen dat dit nou juist was wat een Laufhund zou moeten doen, maar toen een kwartier later heel ver weg en heel ergens anders weer regelmatig blaffen net hoorbaar werd, hielp die opbeurende uitleg niet veel.

We hebben Arno daarna nog twee keer gehoord, op kilometers afstand, en toen werd het stil, heel stil. Wachten, dat is wat jagen met een Laufhund is, heel lang wachten. Eén uur en twintig minuten nadat Arno verdwenen was zag ik hem weer door mijn verrekijker. Een eind weg op de weide was een drinkbak met een bronnetje, daar ging hij eerst naar toe. Daarna kwam hij op een vermoeid drafje feilloos onze richting op. Toen hij binnen gehoorsafstand kwam riep ik hem waardoor de snelheid iets opgevoerd werd. Bij ons aangekomen was hij duidelijk blij, maar ook vermoeid.

Na deze vuurdoop heb ik de twee dagen dat we gejaagd hebben geen enkele twijfel meer gevoeld. Die dag is hij nog enkele keren zo op jacht gegaan, waarbij één keer het opgejaagde ree op zo'n vijftig meter afstand bij ons langs kwam, maar niet binnen gezichtsbereik. Ook het jachttalent van Oker zou beproefd worden, maar hoewel de aanleg wel zichtbaar was, was de behoefte om met de andere honden te spelen, en ze daardoor te hinderen bij het jagen, toch groter. Maar lol heeft hij die dagen wel gehad! Er is die dag geen schot gevallen, want ook de jachtpartijen van Hunter leverden geen schietmogelijkheden op. De plaats die de jager inneemt als zijn hond bezig is het wild op te jagen, is natuurlijk heel strategisch gekozen, maar toch speelt het toeval een nog grotere rol, zeker wanneer men in zijn eentje jaagt. Daarom was er ook voor gekozen om de tweede dag met een groep jagers het geluk te beproeven. De jagers verspreiden zich dan over een groot gebied, waardoor de kans dat een opgejaagd ree ergens op een jager stuit veel groter is.

Hoewel het toeval de eerste dag niet meewerkte, was een hele dag hoog in de alpenbossen en -weiden doorbrengen met veel rust, urenlang zitten, dan weer lopen en klauteren en veel, heel veel praten, voor mij een heerlijke ervaring. De tweede dag begon weer net zo vroeg, om half zes zou de groep jagers bijeenkomen in Schwyz. Daarna werd naar een ander dal gereden, waar de groep zich strategisch verspreidde. Wij zouden van beneden uit beginnen met de honden los te laten, terwijl een grotere groep eerst hoger zou klimmen om het wild daar eventueel op te kunnen vangen. Dus dan begint de dag al met een uur wachten. Deze tweede dag was heel anders, drukker omdat soms wel vijf of zes honden tegelijk, maar niet in meuteverband, aan het jagen waren, er ook meer schoten klonken en er dus ook meer mensen waren om af en toe eens wat mee te kletsen. Heel gemoedelijk allemaal. Er zijn die dag drie reeën geschoten, waarvan de laatste door Stini zelf. Dolgelukkig was hij, en apetrots. Arno heeft die dag nog erg veel gejaagd maar kwam ook zeer regelmatig weer kijken waar ik was. Oker liep veel los maar bleef dichter bij mij. Weer een heerlijke dag voor ze. Leuk was te zien dat bij zo'n groep van een tiental jagers alle honden duidelijk Schwyzer Laufhunde waren, niet allemaal van stambomen voorzien, in grootte nogal verschillend maar toch duidelijk Schwyzers.

Het was heel boeiend om Laufhunde, en vooral mijn eigen Laufhunde, in hun oorspronkelijke omgeving aan het werk te zien. Je weet wat de bedoeling is, maar het echt meemaken is indrukwekkend. Vermoeiend ook. De eerste dag lagen we om acht uur in bed. De tweede en laatste dag veel later, want toen werd er 's avonds het hart, de lever en de nieren van het pas geschoten ree op een speciale manier klaargemaakt en ritueel gegeten. Een lekkernij. Van de honden zagen we na hun avondmaal niets meer. Volledig gevloerd! Eenmaal thuis heeft het nog enkele dagen geduurd voor Arno zich weer normaal zonder spierpijn kon bewegen. Zijn lippen waren, door het voortdurend aan de grond geplakt zijn, rose weggesleten. Maar een diepe tevredenheid straalde uit zijn blik. Zeker wat hem betreft; wordt vervolgd!

 

Erik Gevers